Ei van een vrouwelijke haan

Franse gasten zijn altijd heel dankbaar aan het ontbijt. Een roomboter croissant, stokbrood, roomboter, (liefst gezouten, die uit Bretagne), zelfgemaakte jams, jus d’orange en koffie is voor hen al een heerlijk uitbundig ontbijt.

Ik maak zelf de jams en doe dat met veel minder suiker dan 1:1 , iets dat ze hier nog niet kennen. Er wordt veel jam gemaakt, maar met evenveel of zelfs meer suiker dan vruchten, en bramen en frambozen worden gezeefd. Jam van vlierbessen en vlierbloesems maken ze niet. Omdat er minder suiker in de jam zit, smaakt het veel meer naar vruchten, waardoor ze mijn jam gelukkig heerlijk vinden, en een leuk aantal potjes kochten.

Een succes was de courgette jam, en wie een groentetuin heeft, weet dat als je courgettes hebt en ze eenmaal vruchten geven, niet meer kunnen stoppen met hun overdadige gift. We plukken ze op tijd want als ze de kans krijgen, dan worden het groene hulken. Na het maken van soep, cake en zoetzuur, hadden we nog steeds een niet te stoppen overvloed en dus even gezocht naar creatief met courgettes èn een Italiaans recept gevonden: courgette jam. Eerlijk gezegd zag ik het zelf helemaal niet zitten, bah jam van courgettes, en het was dan ook meer een wanhoopsdaad.  En toch, met sinaasappel, citroen en kruiden, erg lekker,  vooral op kaas zoals de Italianen het eten.

Maar yoghurt, melk, muesli en fruit lieten ze vaak staan bij het ontbijt, en een ei hoefden ze er echt niet bij, op een uitzondering daar gelaten. Zodat ik dat allemaal maar weg liet, tot ongenoegen van sommige gasten, die hier in Frankrijk een over de top Hollands ontbijt, zoals in het Bed and Breakfast programma van de T.V., verwachten. Dat programma waar de eigenaars elkaars B&B gaan (af)keuren en het ontbijt zo maken dat de helft ervan, in een gunstig geval, op de composthoop terecht komt.

Maar er vroeg zowaar eens een Fransman om een eitje, hij vroeg om een oeuf à la coq, ik dacht: “Wat vraagt hij nu, een ei van een vrouwelijke (la) haan?” en begon hartelijk te lachen om deze grap. Verbaasd keek hij mij aan. “Is dat niet mogelijk?” vroeg hij. Op mijn beurt keek ik hem verbaasd aan. “Wat bedoelt u?” Vriendelijk legde hij uit dat het een gekookt ei was, waarvan het wit gestold en het geel nog zacht was. O een zacht eitje!! Waarom het zo heette, begreep ik pas later toen ik zag dat het niet zoals haan geschreven wordt, niet le coq maar la coque. (=dop, schil)

Ik verdween direct in de keuken voor zijn zachte eitje, appeltje-eitje toch? Maar o jee, het was net te hard, het eigeel was niet geheel zacht. Gelukkig bleef hij een week, dus ik kreeg een herkansing, of herkansingen zeg maar. Pfff het werd de week van het perfecte ei. Het is mij niet gelukt. Dan was het te hard, dan snot zacht. Ik zette de eieren altijd op met koud water, dat moest ik niet doen, eerst water koken dan de eieren erin. Niet gelukt. Dan precies na 3 minuten direct eruit in het koude water. Niet gelukt. Vier minuten geprobeerd, niet gelukt.  Een eierkoker gepakt die ik nog ergens had. Nu moest het lukken. Niet gelukt. Zeven dagen zonder het perfecte eitje, ik kreeg er een eierhoofd van.

Het maakt schijnbaar uit of je veel of weinig eieren tegelijk kookt, en we hebben butagas wat misschien ook uitmaakt. Gelukkig was het een schat, deze man. Maar hij was dus een uitzondering, niet omdat hij een schat was, maar omdat hij een ei bij zijn ontbijt wenste.

Eierlepeltjes? Niet te krijgen hier. Ik heb ze in Nederland gekocht. Nu zal het in een grote stad allemaal wel anders gaan, maar ik woon op het platteland. La France Profonde zoals het zo mooi genoemd wordt. Eierdopjes? Op tafel gezet in het eerste jaar dat ik nog dacht dat ontbijt zo moest zijn. De eierdopjes werden gebruikt om er jam in te doen. De muesli kommen werden met koffie gevuld waar de croissants in gesopt werden. De vleeswaren en de kaas werden niet aangeraakt, evenmin het fruit. Het brood en de croissants werden gewoon op tafel gelegd i.p.v. op het bord, zodat de tafel en de grond rijkelijk bezaaid waren met kruimels. Maar ze genoten deze Fransen, ze waren super tevreden en daar waren we allemaal blij om.

En ik verwonderde mij om deze verschillen en genoot ervan. Zoals het antwoord dat ik kreeg van een zakenman die eens hartje zomer kwam ontbijten, een boom van een kerel. Ik vroeg aan deze stoere bonk of hij thee of koffie bij zijn ontbijt wenste. :”Heeft u chocolademelk mevrouw?”

“Natuurlijk meneer”, antwoordde ik glimlachend, niet uit vriendelijkheid zoals hij hopelijk dacht, maar omdat ik moest lachten om zijn vraag. 

Wijn met pootjes

’s Avonds zitten wij in de opkamer, daar is een houtkachel met een ruitje, waar we met een glaasje wijn lekker naar kunnen staren, en er staat een televisie met een ruitje waar we ook naar kunnen staren.

In deze opkamer begon zich op den duur een hele indringende wijnlucht te verspreiden. Eigenlijk vonden we dat toch gênant; dronken we nu toch teveel wijn? Toen Cleem eens bij de huisarts was, vroeg de arts hem hoeveel wijn hij dronk, en ik antwoordde toen: “Net zoveel als de Fransen”. Onze arts antwoordde ernstig: “O, dat is teveel hoor, een fles per dag.”

Nou, zo erg was het niet, maar toch rook onze opkamer zo langzamerhand wel als een wijnvat. Tja, wat moesten we daaraan nu doen? We stopten een week en de zevende dag keken we elkaar aan, en tegelijkertijd  pakte ik de wijnglazen, en Cleem deed de kast open om de kleine plastic container met wijn, die op de grond stond,  te pakken.

Zodra hij die optilde, spoten er vier straaltjes wijn, als fragiele, pasgeboren rode pootjes, uit de onderkant van het pak. Met  verbazing zagen we dat er een enorme rode vlek in de betonvloer zat en dat de wijncontainer, waarvan de vier hoekjes keurig  open geknaagd waren,  bijna leeg was. Nu snapten we waar de wijnlucht vandaan gekomen was!

We zetten een muizenval in de kast.  Die bleef leeg. Toen ik na een week een lekker biologisch sapje wilde pakken, zag ik dat alle hoekjes van de heerlijke biologische sappen waren open geknaagd. Overal was wat sap uitgelopen, verdomme, kon dat beest niet één pak helemaal leeg drinken?

We zetten een tweede muizenval erbij. Die bleef ook leeg en toen we weer in onze opkamer zaten te genieten van film en wijn, hoorden we een olifant in onze trapkast. Vlug trok ik de deur open en deed het licht aan in de kast…..niets meer te horen en niets te zien. Mijn schouders ophalend, ging ik weer zitten en nam een slok wijn “Bonk, bonk” daar begon het weer. Ik rende naar de kast en gooide de deur open hem: niets te zien en niets te horen.

Ik plofte ik op de bank terwijl ik weer mijn schouders ophaalde. Weer hoorden we het geluid. “Wat is dit toch, geen muis op klompen, maar wat dan, gadver een rat?” Ik deed mijn schoenen uit en sloop naar de kast en deed heel voorzichtig de deur open: niets te zien en een serene stilte. Maar toen we een fles Spa pakten, bleek die maar half vol te zitten, net als de vijf andere flessen.

We zetten een rattenval. Twee dagen erna merkte ik dat het een acrobatische rat moest zijn, want de 12 plastic flessen met azijn, stonden onaangeroerd in de kast, maar alle 12 zonder dop……..Het gekke was, dat er niet aan de pakken met rijst en meel geknaagd was. Nee, dit kon geen rat zijn,

We zetten een vangkooi. Eens op internet zoeken wat het zou kunnen zijn. Een steenmarter, het zijn slimme beestjes, beschermd, en je komt er niet meer van af, want als je ze weg krijgt, ruiken andere marters de lucht en kraken dan de woning van marter nr.1. Je zou een val kunnen zetten, maar ze zijn slim, je kunt ook kijken waar ze binnen komen, en een prop met kranten in het gat doen, en als je dan ziet dat ze die prop naar buiten geduwd hebben, dan weet je dat ze op dat moment buiten zijn en maak je het gat dicht.

O.k. pffff…Laat maar, ik haalde alles wat van papier en plastic was uit de kast, dan kon hij zijn gang gaan, er was niets meer te knabbelen voor hem, want het ging een marter om het knabbelen, liefst aan plastic of isolatie, maar aan dat laatste wilde ik maar helemaal niet aan denken.

Zo gingen enkele dagen voorbij, we merkten er bijna niets meer van, alleen was onze schoonzoon in die tijd hier en toen hij de toiletdeur opende, had hij oog in oog gestaan had met iets tamelijk groot bruins en harig dat op onze boiler zat. De marter had dus de brutaliteit om zelfs gebruik te maken van onze toilet.

Onderin de trapkast hadden we een open bak staan met schoensmeer, veters e.d. en Cleem pakte op een dag de bak uit de kast en draaide zich naar mij om met zijn hoofd knikkend naar de bak: “Wat is dàt in godsnaam????”

Nu is leven met mij gecompliceerd, ik verander nog weleens wat in huis, de zakken met meel kunnen ineens in een andere kast staan, de veters kunnen ineens boven liggen, de kopjes kunnen ineens òp de kast staan, dus ik begreep die vraag wel. In de bak lag een dikke bruine, zo te zien kleverige smurrie. Ik voelde mij een vis die naar adem hapt. “Ik heb géén idee!” Voorzichtig roken we aan het goedje. “Het is soja, ja het is sojasaus!!” riep Cleem uit. En inderdaad de veters en de schoensmeer waren bedekt door de sojasaus voorraad die we in Nederland gekocht hadden.

De drie, nu lege, aangeknaagde sojasaus pakken stonden op de hoogste plank in de kast, achteraan, ik had ze niet gezien, maar de marter wel. In de kast droop de zwarte kleverige drap van de bovenste plank  door de speten van de onderliggende planken, via de ingemaakte potjes met zoetzuur, confituren en langs de muur naar beneden.  Op dat moment knapte er iets in mij. Nu was het genoeg!! Dat hij aan de pakken met  wijn, sap en aan de azijndoppen had geknaagd en ook nog van onze w.c gebruik maakte, tot daaraan toe, maar nu was de grens bereikt. Ik voelde een soort killers instinct in mij opkomen, hij moest dood, beschermd of niet.

Als een fanatieke en moordlustige detective snuffelde ik in en rond ons huis, zorgvuldig kijkend en voelend of er gaatjes waren waar hij door naar binnen kon. En die waren er veel, een bijna 300 jaar oude boerderij met muren van leem en zand, wat verwacht je. Gelukkig begon het te sneeuwen, en ik werd spoorzoeker. Ik dacht het gaatje gevonden te hebben en stopte die vol met kranten, dit heeft geholpen of de marter heeft geweten dat hij te ver gegaan is, of hij is misselijk geworden van de soja douche.

 

meisje met wijn

Een motorzaag in de nacht.

De nachten zijn hier donker, niet gewoon donker, nee, net als in het boek van Bot en Botje: “in een donkere, donkere nacht staat een donker, donker huis.” En dat huis is ons huis waar wij heerlijk slapen als het zo donker is. En stil. Zo stil, dat je niets hoort, echt helemaal niets, of ja, af en toe, het burlen van een hert, de schreeuw van een marter, het blaffen van een vos of een ree, en heel af en toe het bijzondere geluid van overvliegende kraanvogels. Elk geluid is voor mij een feest, als ik het hoor en zelf geen nachtgeluid maak, spring ik uit bed en gooi het raam verder open om met volle teugen te genieten van deze oergeluiden.

Op een nacht ontwaakte ik door een vreemd geluid, het hield op toen ik wakker werd, en terwijl ik mij afvroeg of ik het misschien gedroomd had, hoorde ik het weer. Even kon ik het niet thuisbrengen, in mijn onbewuste werd wat geregistreerd wat mijn bewuste nog niet kon bevatten. Ineens werd het helder: een motorzaag!!

Ik sprong uit het bed en gooide het raam verder open en luisterde met ingehouden adem; ja duidelijk een motorzaag…… Welke idioot gaat er nu om drie uur ’s nachts bomen zagen?? Of zo?? De haren op mijn arm rezen omhoog. Mijn oren deden hun uiterste best om zich beiden tegelijk naar het geluid te richten. Ik hoorde stemmen, dan was het tenminste niet één gek, maar het waren een paar mensen, en dit stelde mij, misschien vreemd genoeg,  gerust dat er meerdere mensen bij waren. Als er gezaagd werd zo midden in de nacht, dan was er misschien een ongeluk gebeurd, de kronkelende weg zonder verlichting was niet zo ver weg. Als dat zo was dan zou er misschien wel een trauma helikopter komen, die is hier sneller dan een ziekenauto.

Inmiddels was Cleem ook wakker, en het duurde inderdaad niet lang, of we hoorden de helikopter. Het was hartje zomer 2015, en het gras stond hoog in de weilanden, klaar om gehooid te worden. We zagen de helikopter rondjes vliegen, het was duidelijk dat hij een landingsplaats zocht. Blijkbaar was dat heel moeilijk, hij kwam steeds dichterbij en ging rond ons huis een plek zoeken, terwijl hij af en toe over ons huis vloog.

Wat een geweld! Enorme zoeklichten schenen naar binnen en op ons land, het gedreun van de laagvliegende helikopter denderde in ons lichaam. Een minuut of 5 of 10? Ik weet het niet, het duurde lang. Ik keek even naar het gastenverblijf, maar daar bleef alles donker, ze sliepen er doorheen. Uiteindelijk zagen we hem op de weg landen. Met het geruststellende idee dat alles onder controle was, doken we ons bed weer in.

De volgende ochtend lazen we dat er inderdaad een auto uit de bocht gevlogen was, zo het bos in,tussen de takken, de twee passagiers moesten bevrijd worden en werden voor observatie per helikopter naar het ziekenhuis gebracht.

Gerustgesteld verzorgden we het ontbijt voor de gasten, die slaperig aan tafel kwamen, en toen kwamen de verhalen. Doodsangsten hadden ze vannacht doorstaan, verstijfd hadden ze in bed gelegen, er werd vast naar een terrorist gezocht die zich hier verscholen had. Onze vrijwilligster had voor het dakraam gestaan, toen de enorme zoeklichten haar hele kamer verlichtte. Ze had de kamerdeur gecontroleerd of hij op slot zat en was met haar hoofd onder de dekens gaan liggen. Andere gasten hadden alles donker gelaten, zodat niemand zou merken dat zij daar waren. Arme gasten. En dat allemaal hier in ons stille, rustige gehucht.

Toch zijn we nog eens wakker geworden door motorzagen, deze keer in de vroege ochtend, Cleem sprong uit bed, vloog naar het raam en riep: “Shit, zie je wel, dat is in onze tuin!!”

En inderdaad tot onze grote verbazing en boosheid waren twee mannen bomen aan het zagen in onze tuin!!

Snel schoten we onze kleren aan en liepen met stoere, stevige passen op de twee mannen met motorzagen af. Wat mot dat? Het waren werknemers van de EDF de elektriciteitsmaatschappij, en zij mochten dat gewoon doen vertelden ze. Wij geloofden ze natuurlijk niet en gingen het direct verifiëren bij onze buurvrouw. Ja…dat mag, ze hoeven geen toestemming te vragen, ze mogen gewoon in je tuin of op je land weghalen waarvan ze denken dat het de bovengrondse elektriciteitsdraden gaat belemmeren. O.k. en dat ze ook de lage buxus snoeiden, nou ja, amputeerden, dat zullen we dan maar de Franse slag noemen.

bot en botje

 

 

 

 

 

 

 

10 jaar (une vie heureuse dans la Creuse)

 

“Waar begin je aan? Dat is wel heel naïef. Waarom laat je hier je kinderen, ouders en familie en vrienden achter? In Frankrijk schijnt niet iedere dag de zon. Je bent gek dat je je zekerheden los laat.”

“Wauw dat heb ik ook altijd willen doen. Wat een moed. Wat dapper. Wat jammer. Ik kan dat heel goed begrijpen en geef jullie helemaal gelijk.”

Dit waren enige reacties van onze vrienden en kennissen. Sommigen begrepen er helemaal niets van en anderen hadden ook een verlangend Frans hart in hun lijf kloppen.

10 jaar wonen we nu in Frankrijk, en nog steeds super gelukkig. Eerlijk gezegd geen dag spijt gehad. Hoewel het klimaat ruwer is dan we dachten. Iets gemist? Natuurlijk onze kinderen, kleinkinderen en andere familie! En af en toe een bakkie doen bij onze vrienden in Nederland zou ook welkom zijn. Dapper en moedig? Nee, zo heb ik het niet gevoeld, voor mij was het een gevoel van thuiskomen. Natuur, rust en ruimte, prachtige sterrenhemels, zo heerlijk om dit te ervaren.

Het wordt hier wel steeds rustiger. 10 jaar geleden kwamen we te wonen in een gehuchtje met 7 huizen met drie gezinnen en drie weduwen. Twee huizen werden alleen ’s zomers bewoond door 2 weduwen van 85+, en nog vier huizen met permanente bewoners: een gezin met 2 kinderen van 15 en 18, een gezin met 2 kinderen van 15 en 19, een gezin met 2 kinderen van 6 en 8 jaar, en een weduwe van 73 jaar, Monique, zij is onze beste vriendin geworden.

Nu 10 jaar later zijn alle kinderen het huis uit, de twee oudste weduwen zijn overleden en hun huizen staan leeg. Eén echtpaar is gescheiden en alleen de man woont hier nu nog.

Toen we destijds de verhuiswagen aan het uitladen waren, stopte hier een auto met onze nieuwe buurvrouw Monique, zij kwam enthousiast naar ons toe en verwelkomde ons met een zoen op ieder wang. Nu weten we inmiddels dat er hier wat afgezoend wordt. Zelfs de buurjongen, die toen 15 jaar was, zoende ons op beide wangen toen we daar de sleutel gingen halen. Ik denk niet dat Nederlandse jongens met deze gewoonte gelukkig zouden zijn. Een Nederlandse jongen die hier al een paar jaar woont, kwam mij dan ook tegemoet met zijn rechterhand ver vooruit gestoken “Ik zoen niet hoor!”

Een Engelsman die op een camping in de Dordogne naast ons stond, zei, toen ik hem als afscheid een hand toestak: “Waarom steek je je hand uit, je vormt zo een half kruis en dus een grens voor je lichaam.” Inderdaad, als twee mensen hun rechterhand uitsteken, vormen ze zo een grens, dus afstand. Ik vind die verschillen boeiend. Veel is er veranderd in die 10 jaar, het is wat moderner geworden hier op het platteland, dat wel, maar er wordt nog altijd met cheques betaald en verschillen en misverstanden blijven  altijd bestaan.

Toen we hier formulieren voor de verzekering moesten invullen, vroegen ze o.a. onze taille. We verbaasden ons en vroegen ons af of dat met het buikvet te maken had. We pakten de centimeter en namen braaf onze taille en vulden het netjes in. Weken later kregen we het formulier terug met een dik rood kruis door de maten. We begrepen het niet en namen voor de zekerheid nog eens onze taille en stuurden het formulier nog een keer op. Het kwam weer terug met een rood kruis erdoor.

“Die stomme Fransen, kunnen ze niet lezen of zo!” Ja als er één woord  is dat we kennen dan is het toch wel taille!! Boos ging ik achter de computer zitten om het op de zoeken. “Taille = lengte”…………….merde. Beschaamd vulden we netjes onze lengte in en stuurden het formulier op, dat we dit keer niet terug gestuurd kregen.

Beetje vreemd inderdaad, twee bollen die zich wilden verzekeren. Eén van 85 cm en 52 kg en één van 1.10 cm en 100 kg.

klein dik

Met dank aan Ine v.d Westlaken voor bovenste(!) foto.

 

 

 

 

 

De verliefde koe

Ik ben geen boerin, ik weet niet veel van het boerenland, maar ik herinner mij dat de koeien altijd in weilanden met sloten eromheen liepen, of achter stevige palen met flink veel prikkeldraad. Maar als koeien hier grazen, wordt het terrein afgezet met hele dunne ijzeren paaltjes, zo dun als een potlood, waar één uiterst dun draadje doorheen loopt, waar stroom op gezet wordt. Daarom moeten de koeien niets van dunne draadjes hebben en vormen de vieze, meestal groenachtige, dunne kunststof draadjes een barrière voor hen die voldoende is.

Toch vind ik het toch altijd nog spannend om langs een kudde te lopen met zo’n minimaal draadje tussen ons in, vooral als daarachter een bodybuilder stier graast.

Alhoewel de stieren zich meestal afzonderen van de kudde. Als je langs het draadje loopt, komen de kalfjes meestal nieuwsgierig kijken, en hun moeders komen er dan loeiend achteraan. Waarschijnlijk waarschuwen die de kalfjes voor die rare beesten op twee poten, want als je even een onverwachtse beweging maakt, al is het dat je even moet kuchen, dan schieten de kalfjes naar achteren en hollen verschrikt weg.

Maar wat er ook gebeurt, de stier kijkt niet op of om, alsof hem niets interesseert. Hij graast of hij ligt en herkauwt. Meestal het verste weg van het draadje, wat ik helemaal niet betreur. Gelukkig zijn koeien niet zo heel slim dat ze zich kunnen verenigen en dan samen een coup kunnen plegen om door dit draadje heen te breken.

Eén keer kwam de stier wel steeds heel dicht bij het hek. Dat kwam door een verliefde koe, en dat ging zelfs de onverschillige stier te ver.

Die koe was verliefd op Cleem, en volgens mij Cleem ook op haar, gezien zijn lyrische beschrijving van de koe: ”Ze heeft een prachtige bruin fluwelen vacht. Ik heb zelden zo’n mooie koe gezien. Haar ogen zijn groot en glanzend en ze heeft enorme donkerbruine wimpers. Ze heeft ook hele mooie proporties, alles is perfect aan haar”.

Als Cleem langs het weiland liep waar deze kudde graasde, kwam ze, zodra ze hem zag, snel naar hem toe rennen, om hem vervolgens verliefd aan te staren met haar grote, glanzende ogen. Toen de stier, die aan de andere kant van de kudde, ongeïnteresseerd aan het grazen was, dit in de gaten kreeg, kwam hij met zijn 1300 kg heel hard aan rennen. De eerste keer keken we verschrikt of we iets roods aan hadden en verscholen ons achter dikke eikenbomen, die gelukkig ook bij het draadje stonden. Maar de stier boog zijn enorme kop bij de buik van deze koe, om er vervolgens in te prikken en haar zo te dwingen terug te gaan naar de kudde.

De koe werd steeds slimmer en probeerde op den duur argeloos naar het draadje te lopen waarachter haar amant was. Ik weet zeker dat, als koeien konden fluiten, ze gefloten zou hebben.

Maar de stier had het toch steeds in de gaten en rende dan weer naar haar toe om haar in haar buik te prikken, het arme beest.

Veertien dagen ging dit zo door, toen waren ze plotseling verplaatst en we hebben haar nooit meer gezien. Waarschijnlijk is ze bij onze burgemeester, die tevens slagersvrouw is,  in de vitrine terecht gekomen.

koe margreet
foto’s Margreet Kievit

Ker(st)mis

Drie weken voor onze eerste Kerstmis hier, waren onze buren al druk bezig met het zorgvuldig versieren van hun huis met snoeren en lampjes. Wij deden dit in Nederland nooit, maar werden aangestoken door hun enthousiasme en vonden dat we ons aan moesten passen. Daarom kochten we ook een snoertje dat we aan ons huis bevestigden, het viel ons wel op dat ons huis groter, of het snoertje kleiner was dan we dachten. Toen we de lampjes uittesten zagen we tot onze schrik dat er alleen 14 knipper standen op zaten. En dat het snoer niet uit witte, maar uit gekleurde lampjes bestond. Nou ja, voorruit maar. Maar alhoewel het nu bij de buren vol hing met snoeren, ging er nog geen lampje aan.

“Nee dat doen we pas een week van te voren, anders kost het zoveel aan elektriciteit. Er komen dan heel veel mensen speciaal hier naar toe rijden en ze stopten dan zelfs met hun auto om naar de lampjes te kijken!”

En inderdaad de week voor Kerstmis, gingen we ’s avonds, zoals iedere avond de hond uitlaten en….een kakelbonte kermis flitste ons tegemoet. Ik heb nog nooit zoveel verschillende kleurtjes, lampjes, flikkeringen, heen en weer zwaaiende opblaasbare sneeuwpoppen en Kerstmannen gezien op zo’n klein oppervlakte. En het ergste was dat er totaal geen verband te ontdekken viel. Alles leek wel gedumpt. Ik vind blauwe, gele, paarse, violette lampjes niet echt kerstlampjes, maar onze buren wel. Schrijnend in deze kakelbonte vertoning was ons snoertje dat eenzaam aan ons huis zijn uiterste flikkerende best deed. Ik begrijp nu wel waarom auto’s stopten als ze hier langs reden, ik denk dat hun mond openviel en ze verlamd moesten toekijken naar zoveel geweld.

Ik moet zeggen; het zorgde er wel voor dat wij een hele leuke avond hadden, want we hebben heerlijk gelachen. Zelfs toen we binnen waren, we hoefden elkaar maar aan te kijken en brulden het weer uit.

Even erna was het Oud en Nieuw, we hadden al gemerkt dat ze dan geen oliebollen eten, maar oesters slurpen. Helaas hebben Cleem en ik het onzalige, on-culinaire idee dat oesters naar zoute snot smaken, maar we doen wel graag mee met het drinken van champagne. En even voor 12 uur openden we de fles, zonder knal,  want dat schijnt niet te mogen, en gingen, stevig ingepakt, met een gevuld glas naar buiten om met de buren te proosten en te genieten van het prachtige vuurwerk. Onze overbuurman is behalve conducteur op de TGV, ook vuurwerkdeskundige. Hij vroeg ons in de zomer om mee te gaan naar een vuurwerkshow hier in Mérinchal bij het kasteel. Veel vertrouwen hadden we er niet in, immers alles is hier klein en kleinschalig, en er staat meestal dat er een “Grand Spectacle” i.p.v. “Grande Débâcle” is. Wat een verrassing was het om een indrukwekkend professioneel vuurwerk mee te maken, met muziek en lichteffecten op het kasteel, inderdaad een “Grand Spectacle!”

Daar stonden we buiten, de vrieskou trotserend, met onze inmiddels lege glaasjes. Het was stil, heel stil, ijzingwekkend stil. En niemand te zien. “Wat een prachtige sterrenhemel, zal ik de glaasjes nog eens vullen?”vroeg Cleem “Of zullen we…..” “naar binnen gaan” vulde ik aan. Het liep inmiddels tegen kwart voor één, en binnen bij de warme kachel schonken we onszelf nog maar een glaasje in om te proosten op het Nieuwe en vooral Gezellige Jaar dat het ongetwijfeld zou worden.

foto met dank aan Margreet Kiewiet
foto met dank aan Margreet Kiewiet

 

Dagje Duitsland, dag hondje?

“En plotseling, vanuit het niets, verschenen drie agenten, die rustig doch ernstig kijkend voor mij gingen staan. Twee mannen en een vrouw, maar van de vrouw zou ik geen steun krijgen, dat zag ik direct.”

Vanaf ons gehuurde vakantiehuisje in de prachtige Voerstreek in België, reden we naar Aken. In de auto zat ik flink te balen dat onze hond nog niet ingeënt was. Hij had al lang zijn jaarlijkse enting moeten hebben, maar er kwam steeds wat tussen: dierenarts gesloten, komt morgen wel, geen zin vandaag, o helemaal vergeten tot: nu is hij al dicht. En plotseling was het al voorjaars-vakantietijd voor ons. We gingen naar Nederland, ja daar kun je ook op vakantie gaan, en naar Duitsland, dat dacht ik tenminste.

En natuurlijk moet je hond ingeënt zijn, hier in Frankrijk, maar zeker als je de grens overgaat, en hèèl zeker als je naar Duitsland gaat. “Neeeee, we gaan niet naar Duitsland, we gaan naar België ! Het huisje ligt in de Voerstreek in België ! “,  aldus Cleem. En nu hadden we toch plotseling een georganiseerd familie uitje naar Aken, o.a. om de Dom te bezoeken. Dus toch naar Duitsland, met onze hond Coucou op de achterbank van de auto, omdat we hem niet de hele dag alleen in een vreemd huis wilden laten.

“O shit, ik heb mijn paspoort nog in het huisje laten liggen!” schrok ik ineens. “Wie vraagt er tegenwoordig nog naar een paspoort, we rijden zo al Duitsland binnen” antwoordde Cleem. Bij de Dom aangekomen, mocht Coucou, hoewel hij netjes was aangelijnd, niet mee naar binnen. En dus ging ik op een terrasje in het zonnetje zitten, genietend van een pleintje met relaxte mensen, kinderen en honden in vakantie stemming.

Tegen de tijd dat de rondleiding afgelopen zou zijn,  slenterde ik langzaam richting de Dom. In de verte kwam Cleem aanlopen, met zijn familie napratend  over de rondleiding die ze hadden gekregen. Coucou had zijn baas natuurlijk direct in de gaten en begon te kwispelen en trok zachtjes aan de riem. Cleem had nog geen oog voor hem, en Coucou piepte zachtjes alsof hij wilde zeggen: “Zie je mij dan niet?” Cleem was nu al bijna bij hem, nog 10, 8, 6 meter, ik maakte de lijn los, en hij rende naar zijn baas toe.

En plotseling, vanuit het niets, verschenen drie agenten, die rustig doch ernstig kijkend voor mij gingen staan. Twee mannen en een vrouw, maar van de vrouw zou ik geen steun krijgen, dat zag ik direct.

“Is dat uw hond?” vroeg de vriendelijkst kijkende agent. Er schoot van alles door mij heen, en omdat ik heel gebrekkig Duits spreek, stamelde ik : “Nee, dat is zijn hond”, terwijl ik vlug naar Cleem wees.

De agent keek mij onderzoekend aan : “Maar U heeft de riem in uw hand ! “, ik voelde de riem in mijn hand branden, en nu kwam Coucou ook nog vrolijk naar mij toe huppelen en duwde zijn kop tegen mijn hand. Ik maakte de riem maar weer, enigszins beschaamd, vast.

“Weet u dat u hier geen honden los mag laten lopen? Dat kan u € 50,- kosten ! “klonk het streng.  Ik slikte en probeerde met mijn Duits nog uit te leggen dat ik hem maar even los had gelaten. “Weet u dat de boete € 50,- kan zijn? ”

Ik keek smekend naar Cleem, of hij nog iets wist aan te voeren ter verdediging. Maar hij stond bevroren op de plek waar Coucou hem begroet had. “Mevrouw, weet u dat u hier uw hond niet los mag laten lopen? ” Ik knikte nee, en deed maar net of ik net zo onnozel was als ik Duits praatte.

“Ausweiss Bitte!” verschrikt keek ik hem aan. Ik kom bijna nooit in Duitsland en wist niet dat deze woorden nog gebruikt worden. Na die eerste schok, kreeg ik een tweede, toen ik er aan dacht dat ik mijn paspoort niet bij mij had. “Cleem je paspoort, laat je paspoort zien !” riep ik naar hem. Hij graaide in zijn tas en haalde zijn paspoort te voorschijn. De agent schudde zijn hoofd. “Nee, ik wil UW paspoort zien!”

“Ik ben mijn paspoort vergeten. “antwoordde ik zachtjes.

O wacht even, dat verandert de zaak, ook nog geen paspoort bij haar. Hij keek de andere twee agenten betekenis vol aan, die keken nu nog strenger. De agent pakte zijn notitie boekje en een pen, keek mij aan en vroeg: “Waar woont u?”  “In Frankrijk.”  “IN FRANKRIJK? ”  Hij had natuurlijk aan mijn Duits gehoord dat ik uit Nederland kwam.

“Ja ik woon in Frankrijk, maar ik ben Nederlandse, ………………maar mijn paspoort ligt in België in het huisje en we gingen voor  een dagje naar Duitsland” .  De agent met het boekje kon een glimlach niet onderdrukken, hij draaide zich om naar zijn collega’s, maar die leken zo uit de Opel reclame gestapt; ~Duitsers maken geen grappen~.

“U heeft u hond los laten lopen en geen paspoort bij u ! Waar woont u in Frankrijk?”  Hij schreef het adres in zijn boekje.  “Heeft u een Franse hond?”  Ik knikte, alhoewel onze hond Frans en Nederlands begrijpt, maar dat hield ik maar even voor mij.

“Geeft u dan maar het paspoort van de hond”.   “Dat ben ik ook vergeten.” fluisterde ik. “Wat zegt u, ook het paspoort van de hond niet bij u? ” De drie agenten begonnen druk met elkaar te overleggen. “Heeft de hond een chip? ” Gelukkig hadden we hem gechipt en ik knikte gretig. Hij toverde een chipreader uit zijn zak en die piepte zoals het hoorde. Daarmee konden ze zien dat Coucou geregistreerd was in Frankrijk.

Weer smoesden ze even samen. De agent deed zijn mond open om wat te zeggen, toen zijn collega het genoeg vond en zijn kale hoofd tussen mijn hoofd en die van zijn collega wrong, mij indringend aankeek : “Sprechen Sie Deutsch? ” Wat bevestigde dat mijn Duits niet als Duits beschouwd werd. “Een beetje”  “Weet u dat u hier geen hond los mag laten lopen? En dat dit € 50 kan kosten? Zeker met zo’n grote hond als u heeft”. Hij wees naar Coucou, die, als bastaard Border Collie kwispelend naar hem stond te kijken en daarna triomfantelijk naar mij keek of ik wel gehoord had dat hij nu als “grote hond”beschouwd werd.

Hij bracht zijn gezicht nog wat dichter bij ” Ik kan nu niet checken of u hond is ingeënt, maar u heeft geluk dat ik u vertrouw dat uw hond is ingeënt. Want als dat niet zo zou zijn, zouden we de hond nu direct in beslag moeten nemen en voor 3 weken in quarantaine moeten doen.”

Hij bracht zijn gezicht nog dichterbij en fluisterde : “En u heeft nog geluk dat u niet in Zweden bent, want dan zou de hond direct doodgeschoten worden!”

Hij ging weer rechtop staan en zei: “Maar wij zijn niet zo onaardig hier in Aachen en u komt er met een waarschuwing vanaf! ” Ze groeten en liepen verder.

Ik keek naar Cleem, die lachte terwijl hij uit zijn tas het hondenpaspoort haalde en hem triomfantelijk boven zijn hoofd heen en weer zwaaide: “Haha, ik had hem wel, maar deed net alsof van niet.”  “Weg, stop hem weg!” siste  ik.

Gelukkig hadden de agenten het te druk met hun geniet momentje om nog achterom te kijken.

 

 

 

Wat doet dat touwtje daar?

In het begin vond ik het zo gek dat de mensen hier hun land niet afgrendelden met een degelijk hekwerk maar met een vies, meestal groenachtig, dun kunststof touwtje. Zelfs bij onze ingang hing zo’n vies touwtje, dat we natuurlijk direct weghaalden.

Tot ik op een dag rumoer hoorde, dat is dus al heel wat hier! Natuurlijk moest ik kijken wat er aan de hand was. De boer,vader van de boerin, kwam voorbij rennen en stopte bij onze ingang om een nieuw vies groen touwtje voor de weg te spannen en rende daarna door na de buren om hetzelfde te doen. Niet lang daarna kwam een kudde koeien voorbij denderen, eerst een boerenknecht, de lokker als een soort rattenvanger van Hamelen, , daarna de koeien met de kalfjes, en achteraan de stier de weg plaveiend met slierten koeienpoep. En als laatste de boerin, rennend , wat een conditie heeft die vrouw! Heuveltje op, heuveltje af. De kudde wordt naar een ander weiland gebracht waar ze in een paar dagen het hoge gras minimaliseren en dan weer na een volgend weiland gaan.

Als je met de auto onderweg bent, kun je deze kuddes op de kleinere wegen tegenkomen. Op een dag kwamen we weer zo’n kudde tegen, en we reden er langzaam achteraan. Maar er klopte iets niet, de koeien waren anders; wat was er nou anders?

Plotseling zei Cleem:”Er is niemand bij!”En inderdaad, de koeien keken ondeugend! Ze hadden zelf het initiatief genomen om naar een ander weiland te gaan, het gras van de buurman is groener, zelfs voor koeien.

Er achteraan rijdend zagen we dat de voorste koeien een gat in de heg ontdekten waarachter een prachtig bouw/weiland. Ze renden door dit gat en begonnen een vreemd soort dans op de heuvels van dit nieuw ontdekte terrein. Heb je weleens een koe gezien die bokkensprongen maakt? Juist, meestal doen ze dit als ze voor het eerst buiten zijn. Maar dit zijn buiten koeien, die blijven ’s zomers en ’s winters in de wei. De hele kudde wrong zich door het gat en begon te dansen en te springen, we konden ons lachen niet houden en bulderden het uit. En we konden in geen velden of wegen iemand ontdekken, dus we lieten de koeien daar maar lekker genieten.

Onze boerderij is meer dan 260 jaar oud en was het eerste huis hier in het gehuchtje. Heel vroeger was op deze plaats een heilig bos waar de druïden hun ceremonies hielden. De naam in de middeleeuwen was Le Luc, wat later verbasterde naar Le Lac wat in het Nederlands: “Het Meer” betekent. Maar het heeft niets met een meer te maken. Sommige vakantiegangers zoeken hier dan ook weleens tevergeefs naar het meer, nu zijn hier meren genoeg, maar niet op ons terrein. Misschien ligt hier wel een gouden snoeimes, maar dat hebben we tot nu toe niet gevonden.

De boer die hier voor de vorige eigenaar gewoond heeft, vertelde ons hoe ze de boerenkar inspanden , geen paard ervoor zoals ik dacht, geen ossen, daar hadden ze geen geld voor, maar gewoon twee koeien. Die waren voor het werk, de melk, de kalfjes en het vlees. Als ze dan het hooi naar binnen reden, liepen ze zover mogelijk naar binnen tot de koeien met hun kop tegen de muur stonden, en dan werden ze los gemaakt en kon er één koe rechtsom en de ander linksom langs de muur lopen om weer naar buiten te gaan. Zo krap was het. In één van de gastenkamers zat vroeger een gat in de vloer, waardoor ze het hooi naar beneden konden gooien zodat het de koeienstal in kwam. Ze hadden 5 koeien, inderdaad zijn de voerbakken en de koeienhokken nog te zien. En kippen die ook in de koeienstal sliepen, vanwege de vele roofvogels, marters en vossen.

De kippen van onze overburen zijn allemaal door de buizerd “gekipnapped” en daarna opgepeuzeld. En onze buurvrouw Monique liet vol trots haar nieuwe aankoop zien: kippen, ganzen, parelhoenders en kalkoenen, om enige maanden later te merken dan de marter wel trek had in een feestmaal en alle 12 beesten had doodgebeten.

Verder had de boer die hier woonde 2 varkens gehad die in een klein schuurtje tegenover ons huis stonden te stinken. Ook had hij een klompenmakerijtje, ja ze liepen hier ook op klompen. Ze verbouwden hun eigen groenten, en dat was het dan. Hard werken, maar daarmee redden ze het net. In ons gehuchtje waren er 4 boerengezinnen die zo rondkwamen. Nu heeft één boerin de hele omgeving als haar domein om rond te kunnen komen. Zij heeft ongeveer 150 vleeskoeien, die in kleine kuddes grazen in de kruidige weiden met hun kalfjes en een bodybuilder stier van vlees en bloed. Zij, een jonge boerenvrouw van achterin de 30, heeft het bedrijf een paar jaar geleden overgenomen van haar vader.

Ze heeft een zoon van zestien en ze is alleenstaand, hoewel de roddels gaan dat ze een mannenverslindster is, wat ik heel knap vind, want jonge ongehuwde mannen vind je hier als een speld in een hooiberg. Maar misschien hebben de roddels te maken met gehuwde oudere mannen. In ieder geval heb ik veel bewondering voor haar, want ze is vrij tenger en doet echt stoer werk. Ik heb er wel eens aan gedacht om haar op te geven voor “Boer zoekt vrouw” maar dan een man. Dat programma heb je hier ook, hier heet het : “L’amour dans le pré”, makkelijker, dan hoef je niet moeilijk te doen met Boer zoekt vrouw, maar dan een man. Waar kies je voor:  “Liefde in het weiland” of “Boer zoekt vrouw”. Hahaha woorden zeggen genoeg!

 

Ja ja, die Néné

Recht tegenover ons woonde Néné, zij was achterin de 80 en nog steeds ondeugend, dat zag je direct als je in haar glinsterende donkerbruine ogen keek. Ze liep een beetje gebogen en vaak met een stok, gemaakt van een boomtak. Rollators zie je hier niet, als je die hier zou gebruiken, zo je zo de heuvels af racen.

De vaak stokoude bewoners redden zich met de middelen die hier voorhanden zijn. Je ziet ze met zo’n stok lopen, veel wonen nog in hun eigen huis, en ze tuffen met een slakkengang overal naar toe met hun krakkemikkige  autootje, want een rijbewijs heb je hier voor je leven. Er is sprake van om dit te veranderen, maar er kwamen enorme protesten, wat zouden al die ouwetjes dan moeten? Het openbare vervoer bestaat hier niet in “ce pays perdu”, en voor een broodje moet je al een eindje rijden, laat staan wandelen met een boomtak-stok, dan ligt binnen de kortste keren de weg bezaaid met stokken en bijbehorende mensen en sterft het hier versneld uit.

Onze vrolijke Néné had meestal een zelfgebreid lila vestje aan of zo’n mouwloos schort waar hier alle oudere huisvrouwen mee lopen. Ja hoor, ik bijna ook. En als ze mij zag,  kwamen altijd de volgende woorden uit haar rood geverfde lippen :  “Où est votre mari ?” en dan keek ze heel ondeugend . ’s Winters woonde ze in een appartement in Clermont Ferrand , want dan hoef ze niet met hout te sjouwen voor de kachel en de winkels zijn dichtbij.

Ze vertelde dat hier vroeger veel te doen was, drie hotels/restaurants op de hoek van de straat, het treintje reed nog en er was een stationnetje. En je kon er elke zaterdag dansen, en ze draaide vrolijk een rondje met haar armpjes in de lucht. Zij deed mij aan Edith Piaff denken, levendig,  en charmant. Of ze kon zingen weet ik niet. Maar ze was ook geraffineerd, zo kwamen we erachter dat we ons kachelhout veel te duur bij haar gekocht hadden, wij wisten dat niet , maar alle buren waren boos op haar en vonden dat geen stijl, het was geen burenprijs geweest.

Zij nodigde ons eens uit om wat te komen drinken ’s morgens om half 11, koffietijd.Wij hadden het de avond ervoor heel gezellig en heel laat gemaakt, waardoor we eens goed uitsliepen en pas wakker werden om 10 uur. Lui en langzaam gingen we ons douchen en aankleden en wilden net aan het ontbijt beginnen, toen ons de uitnodiging te binnen schoot. Wij haastten ons naar de buurvrouw, zonder te ontbijten, eerst maar de koffie bij Néné.

Op de tafel stond het al klaar, voor Cleem een longdrinkglas driekwart gevuld met Pastis, een sterke anijsdrank, en voor mij een kir, witte wijn met siroop. Dapper vulden we onze lege magen met het sterke vocht. En we hadden het nog niet leeg of ze wilde de glazen al weer vullen. Dat stonden we natuurlijke niet toe en beleefd bedankten we voor het heerlijke sap. Maar Néné nam daar geen genoegen mee en deed haar naam eer aan, ze pakte resoluut de fles met Pastis en kwam op Cleem af. Geschrokken schudde Cleem zijn hoofd en toen ze toch naderde, legde hij vlug zijn hand bovenop het glas. Ze pakte zonder pardon zijn hand en schoof die weg en het glas werd weer gevuld, nog wat meer dan de vorige keer. Ook ikzelf, die vanuit een vage wolk alles waargenomen had, moest eraan geloven. Met een dikke tong probeerde ik nog wat Franse woorden uit mijn mond te schudden, maar met het accent dat ik al heb, was dit natuurlijk helemaal niet te verstaan.pastis

Toen we slingerend, elkaar stevig vasthoudend naar huis strompelden, waren we blij dat we alleen de weg maar over hoefden te steken. En na ons verlate ontbijt werden onze ogen weer heel zwaar.

Alweer een paar jaar mis ik haar, ze gaf kleur aan ons gehuchtje. Ze zat na een knie operatie voor haar huisje in het zonnetje, zoals gewoonlijk. Maar ze viel daar toen ineens vaak en lang in slaap. Het bleek dat ze te zware medicijnen voor haar tengere lichaam gekregen had, en na een paar dagen kon haar lichaam dat niet meer aan.

 

 

Vlierbloesem jammie jammie jams

De vlierbloesem lonkt mij nog altijd, de siroop flesjes zijn gevuld, maar het blijft nog steeds lekker ruiken. Naast ons huis staat een vlier die naar mij blijft lonken door zijn zwoele, geparfumeerde lucht. En in de omgeving zijn nog steeds volle, zware takken te zien, die mij uitdagen om iets te doen met hun witte bruidskleed.

Het is echt een vlierbloesem jaar, dat kun je niet alle jaren zeggen. En het wil ook niet zeggen dat het ook een goed vlierbessen jaar wordt in de herfst. Het kan zomaar zijn, dat er bijna geen bes aankomt. Het spreekt dus niet vanzelf dat ik de bloemen maar laat hangen om straks de bessen te kunnen oogsten.

Onze kweeperen bomen zaten dit jaar helemaal vol bloemen, we waren opgetogen, dat zou dit jaar een superoogst worden.  Vorig jaar waren alle bloesems, net als onze bloemen en groenten, volledig verdwenen of verwoest door een hagelbui. Dit jaar geen hagelbui, tot nog toe, maar wel een stiekeme ijskoude nacht, waardoor toch alle bloemen van onze kweeperen verdwenen 😦

IMG_20170504_184641
Onze kweeperen bloesem in mei

 

Daarom maar met de dag leven en genieten wat er in het hier en nu is 🙂 En omdat ik de gasten bij het ontbijt zelfgemaakte jammetjes aanbied, zou ik nu geen kweeperengelei kunnen maken maar wèl vlierbloesemgelei! Joepie !! Dus nu voor het eerst geprobeerd de vlierbloesemgelei met sinaasappel en de vlierbloesemgelei met citroen.

En lekker dat het is!! Als het even kan, hou ik deze jams erin!

Probeer het zelf maar:

Je maakt het sap op dezelfde manier als in mijn vorige blog. Je kunt het sap met citroenen maken, of met sinaasappels. Met sinaasappels doe ik er een beetje citroen bij, zodat de bloemen mooi wit blijven.

En dan voeg je speciale geleisuiker toe, je kunt de suiker kopen in pakken van 2:1 zodat je maar de helft suiker nodig hebt. Of marmello, zodat je nog minder suiker nodig hebt. Let wel op; als je de jam(gelei) van sap maakt, heb je wat meer suiker nodig, voor zowel geleisuiker als marmello. Zie de gebruiksaanwijzing op het pak.

Je kunt het sap voor de jam ook mengen met gepureerde abrikozen, verse ananas of mango. Maar dat heb ik zelf nog niet geprobeerd. Succes!!

inmaken