Fransen, cheques en koffieleuten

“Fransen, cheques en koffieleuten”

Bijna alles in Frankrijk wordt met cheques betaald. Internet bankieren kennen ze hier bijna niet. Als Fransen bij ons een kamer boeken en een aanbetaling doen, krijgen we een cheque opgestuurd. Zelfs bij de overdracht van ons huis, kreeg de vorige eigenaresse een cheque van de notaris met daarop het hele bedrag van het huis. Ze stopte het in haar tasje en liep daarmee later de deur uit, eigenlijk liep ze dus met het contante geld de deur uit, want een cheque kan je zo inwisselen.

Bij de kassa’s staan rijen (ontspannen) mensen, iedereen betaalt met cheques, die uitvoerig ter plekke ingevuld worden, naam (O mijn pen doet het niet, heeft u een pen?). Datum, (de hoeveelste is het ook al weer?)  bedrag in cijfers en in letters, handtekening.

En als dat gedaan is, gaan ze pas op hun gemak de boodschappen in hun tassen doen, soms zetten ze het weer even terug op de band omdat het toch niet naar hun wens in de tas zit, en als dat ritueel tergend langzaam volbracht is, richten ze zich tot de caissière en gaan een gezellig gesprekje voeren, over het weer, de beesten, hun gezamenlijke kennissen, van die keuvel gesprekjes die wij normaal bij de koffie doen. Maar zij drinken geen koffie om deze tijd en dan blijft er niets anders over om zo aan je dosis keuvelgesprekken te komen. En als alles geventileerd is, groeten ze elkaar uitgebreid, de caissière kijkt haar of hem  nog even na en zegt dan vriendelijk tegen ons: “Bonjour messieur-dame !”

Kijk dat is nu zo leuk, nu zijn wij aan de beurt, geen chagrijn, geen boze blik, geen ongeïnteresseerdheid, maar oprechte interesse voor onze boodschappen, die netjes en rustig langs de piepjes gaan, het uitschrijven van onze cheque, het inpakken van onze boodschappen, en dan ons gesprek met haar.

Graag hadden we onze thermoskan meegenomen met wat bekertjes, misschien zelfs onze campingstoeltjes om heerlijk met haar te gaan keuvelen, maar iets weerhoudt ons….

 

cassiere

Advertenties

Monsieur Le Patron ligt nog in bed..

Monsieur Le Patron ligt nog in bed…

Volgens de informatie die we uitvoerig gelezen hadden in onze foldertjes en boeken is het openen van een bankrekening een peulenschilletje in Frankrijk. Die bankrekening hadden we nu direct nodig voor onze Franse provider, mailadres, telefoon, koelkast, fornuis enz. zoals beschreven in het vorige blogbericht.

Op naar de bank in Crocq. Netjes in een rijtje tot we aan de beurt waren. Aan de balie legden we uit dat we een rekening wilden openen. De jonge vrouw vroeg ons of we een afspraak hadden, Cleem zei luid en duidelijk: “Non.”

De vrouw antwoordde:”Oui”.

Wij keken haar verbaasd aan: “Non, non” en we schudden ons hoofd om het te bekrachtigen.

Zij keek ons geamuseerd aan en zei: “Oui, oui”terwijl ze met haar hoofd nu ook ja knikte om het te bekrachtigen.

Verbaasd keken Cleem en ik elkaar aan. Er kwam nu nog een twijfelachtig “non, non” uit Cleem zijn mond.

Vaag in mijn achterhoofd begon er zich een beeld te vormen uit een ANWB boekje waarin stond dat een afspraak maken in het Frans is: “Prenez-vous rendez-vous?” Maar die bladzijde kende ik nog niet zo goed, ja vanaf die tijd wel.

Wij hadden abusievelijk aangenomen dat ze vroeg of wij een afspraak hadden, maar ze had ons gezegd: “Laten we een afspraak maken”.

De afspraak werd gemaakt en die kon niet eerder dan de volgende week.

Een week later werd duidelijk dat we de allereerste buitenlanders waren die een bankrekening bij hen wilden openen, de gegevens konden niet opgenomen worden, ons paspoortnummer paste niet in het kolommetje……..

Monsieur Le Patron gebeld, die lag nog in bed, want ze vroeg aan de telefoon of hij al wakker was….. Misschien was hij nog niet helemaal wakker , want hij wist het ook niet. Tjaaaaaaaaaa……misschien konden we een andere keer terugkomen….

En langs de Electro winkel om een nieuwe leveringsdatum  af te spreken, we beloofden te bellen als we onze Franse rekening hadden. Gelukkig waren dit keer alleen de dames aanwezig.

Een week later kwamen we terug bij de bank, alles was geregeld, we konden het pasje en de cheques afhalen als we daarvan thuis bericht kregen.

Een week later; een enveloppe met formulieren om in te vullen .

Een week daarna: .geen bericht

Een week daarna: een enveloppe met ons rekeningnummer op naam van Schiever

Nu kijk ik altijd heel goed of ze mijn voornaam goed schrijven, maar bij onze achternamen let ik nooit zo heel goed op en we hebben niet gezien dat ze de “r” vergeten hadden. O.k. wij de naam gecorrigeerd en nu maar zelf even terug naar de bank om dit uit te leggen en de enveloppe af te leveren.

De bank was echter dicht, en in de deur van de bank zat geen brievenbus. Wat moesten we doen? In een hoekje aan de linkerkant van de deur hing een buitenbrievenbus. Nu zien de Fransen met andere ogen dan Nederlanders, met Franse ogen. En die Franse ogen kijken door dingen heen, wij zeggen dat we een N0-Nonsen volk zijn, maar vergeet het maar, daarop winnen de Fransen van ons met ruime voorsprong, zij zien of iets bruikbaar is of niet, en dat niet komt eigenlijk nooit voor.

Wij Nederlanders stellen ook nog eisen, het moet bovendien schoon zijn, fris, mooi, esthetisch, aangepast, veilig enz. Wat een nonsens. Neem nu deze brievenbus, eens had deze een roomkleur gehad, hij zag eruit of hij al jaren vergeten was, roestig, vol spinnenwebben, en bovendien makkelijk mee te nemen, maar het was de enige bus die daar hing.

Wij twijfelden, we hadden al een Frans hart, maar nog geen Franse ogen. Ik nam de brief, hield aarzelend mijn hand boven de brievenbus, twijfelend ging mijn hand weer naar boven, mijn ogen tasten de brievenbus af en dwaalden verder naar Cleem, die knikte bemoedigend en ik liet de brief los, die met een plofje in een duidelijk leegte terecht kwam, waarschijnlijk in zijn val afgeremd door wat spinnenrag. Met gemengde gevoelens gingen we weer naar huis.

Een week daarna hadden we nog niets gehoord, mijn twijfel begon gevaarlijk grote vormen aan te nemen in die vage brievenbus, het verkrijgen van telefoon, internet, de koelkast en het fornuis begonnen we nu wel wat te missen……..

Dus terug naar de bank..en de aardige vrouw vertelde ons dat alles in orde was en dat ze onze papieren had gekregen……..we slaakten een zucht van verlichting en gingen gelukkig en opgetogen we naar huis.

Elke dag renden we naar de brievenbus als we de postauto hoorden, niet zozeer om die leuke aardige postbode, met zijn jongensachtige uiterlijk en zijn lange wimpers waar menig vrouw jaloers op kan zijn, te zien, als wel voor een brief van de bank.

Ja na een paar dagen kwam er een brief met ons bankrekeningnummer, wij sprongen in de auto en scheurden enthousiast, met de snelheid die deed vermoeden dat wij al helemaal ingeburgerd waren, naar de bank om onze pasjes te halen, helaas ….we moesten een bewijsje laten zien dat we per post toegestuurd kregen……

Uiteindelijk kregen we onze felbegeerde bankrekening, telefoon, internet, de koelkast, en het fornuis, dus alles is goed gekomen. Het heeft alleen 5 ½ week geduurd, mooi toch, als je onthaasten wilt?

op een bankje

Onthaasten met een andere bank 🙂

 

Oh là là la cuisinière!

Om een mailadres in Frankrijk te regelen, we moesten immers een Franse provider en ook een Frans telefoonnummer hebben,  gingen we naar Aubusson, een wat grotere plaats waar ze een internet café hebben, we konden dan tevens onze mail checken .  De eigenaar van het internetcafé was een uiterst vriendelijke man die het voor ons ging uitzoeken. Na een paar uur (!) zoeken, was het nog niet gelukt om ons aan te melden, het bleek toen dat we eerst een Franse bankrekening nodig hebben. We beloofden hem om ’s middags terug te komen met ons Franse rekeningnummer, we moesten daarvoor eerst naar een andere plaats(Crocq), Crocq ligt dichter bij ons huis dan Aubusson en is ook de hoofdplaats van ons canton, daar wilden we onze bankrekening openen, want het bankfiliaal in ons dorp is alleen op zaterdagochtend geopend en dan nog met zeer beperkte service.

En terwijl we naar onze auto liepen, zagen we een grote winkel voor elektrische apparaten, dat kwam goed uit, we hadden nog een koelkast nodig, we gebruikten nu nog de koelbox. Dat werd nu al wat penibel want het voorjaar stond voor de deur en het eten van bedorven vlees trok ons niet echt.

In de winkel keken we rond om te zien wat voor koelkasten er stonden en ik was net een deurtje aan het opentrekken, toen Cleem mij aanstootte: “Kijk………wees hij..” en in zijn  ogen lag een verliefde blik terwijl zijn wangen nog roder kleurde dan dat ze hier in Frankrijk al waren geworden. Nieuwsgierig keek ik opzij om te zien naar wie hij wees, terwijl hele senario’s zich ongegeneerd afspeelden in mijn verwarde hoofd……….”daar staat ze”……………en toen zag ik naar wie hij wees…..naar een prachtige cuisinière, zijn droom van een fornuis, la cuisinière waarvan hij alles al wist via internet, zelfs de gebruiksaanwijzing had hij al uitgeprint………………en precies in de kleur die hij wenste, ook dat nog.

Helemaal verkocht was hij toen hij haar in levende lijve zag en het kon natuurlijk niet anders dan dat het fornuis er voor ons stond. Na het fornuis uitgebreid bewonderd te hebben, waarbij het water ons al in de mond liep bij de gedachte alleen al wat we met dit fornuis allemaal zouden kunnen, kon het niet anders dat we behalve een koelkast ook dit fornuis zouden kopen.

Maar ja, met onze Nederlandse pas konden we dit hele bedrag niet betalen, Cleem vroeg hoe hij het over kon maken via internet, maar de jonge man van de toch grote witwaren winkel viel bijna flauw en keek ons afkeurend aan…….Wáár hadden we het over??

Resoluut schudde hij met zijn hoofd: “Geen denken aan” en hij keek ons aan of we gek waren en de boel wilden bedonderen. Nu moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat ik dat eerste ook een beetje van hem dacht. Gelukkig hielpen in de winkel ook een jonge vrouw en zijn moeder die beiden wat verstandiger overkwamen. Zij merkten dat er een probleem was en vroegen of ze konden helpen.

“Nee dat gaat echt niet, dat systeem kennen we niet “, maar we konden wel een voorschot betalen, dat lukte gelukkig wel met onze pas, hoewel die ook heel wantrouwend bekeken werd( alleen door de man).

Toen die geaccepteerd werd, was alles verder in orde, de man liep naar achter en keek nog even wantrouwend over zijn schouder naar die vage buitenlanders, de dames handelden het vriendelijk en keurig af. We spraken met de dames af dat de apparaten de volgende week geleverd zouden worden en we dan het restant cash zouden voldoen.

Vrolijk verlieten we de winkel; wat een dag: een dezer dagen internet, telefoon, een koelkast en een droom van een fornuis……..we vierden het door iets lekkers te halen bij de bakker; een heerlijk frambozentaartje: waarom kunnen ze dit toch niet zo in Nederland, ligt dat aan de frambozen? Volgens Cleem wel, deze waren meer zongerijpt. En spoedig zouden we onze eigen taartjes kunnen bakken!

frambozentaart

Assistenten?

Op een dag gingen Cleem en ik samen naar onze huisarts voor een controle. De wachtkamer zat vol, zoals gewoonlijk. Eindelijk waren wij aan de beurt. De dokter vond het toch raadzamer als ik even naar een specialist ging en omdat we toen hier pas woonden, vroeg hij of we het fijn zouden vinden, als hij even voor ons zou bellen. Dat sloegen we niet af en hij belde voor ons. Het bleek in gesprek te zijn, en terwijl hij de haak neerlegde, leunde hij achterover in zijn stoel en vroeg hoe het met onze verbouwing ging. We vertelden erover, maar in mijn schoenen voelde ik mijn tenen krommen, ik dacht aan die overvolle wachtkamer. Hij telefoneerde opnieuw, en kreeg te horen dat ik op een wachtlijst kwam, dat vond hij maar niks. Belde daarna een kliniek, werd in de wacht gezet en vervolgde op zijn gemak en met interesse ons gesprek. En na een uur, althans in mijn beleving, lukte het en konden we de spreekkamer verlaten. Niemand keek ons boos aan, ieder wist dat hij ook de tijd voor hen zouden nemen.

Onze huisarts had geen computer en leek ook niets te noteren, maar ik werd wel aangekeken en gehoord. Het bleek, dat we ons eigen dossier bij moesten houden. In het ziekenhuis kregen we zelfs onze röntgenfoto’s mee naar huis.

Op het platteland werken veel artsen en tandartsen zonder assistenten, dat heeft zo zijn voordelen, je betaalt weinig, maar ook nadelen: geen afspraak spreekuur, geen hulp in de spreekkamer, geen telefoniste, en het kan ook heel gênant zijn. Ik kreeg een  inwendig onderzoek en lag daar kwetsbaar in een niet erg flatteuze houding toen de mobiele telefoon van de huisarts ging. De telefoon werd gewoon beantwoord en daar lag ik dan, ik werd in de wacht “gelegd”….

De tandarts

De tandarts gaf mij een wortelkanaalbehandeling, een zenuwbehandeling, en dit alles zonder assistente, en zonder een afzuigslangetje in mijn mond, wat ik minder geslaagd vond, ik moest zelf de stukjes amalgaam uit mijn mond spoelen.  Maar na de laatste behandeling vroeg zij naar mijn verzekeringskaart, mijn Carte Vitale, die ik nog niet had, ze vroeg mij haar te bellen als ik die ontving, zodat ze dan pas de rekening zou sturen. Dat duurde bijna een jaar!

De specialist

Ach, misschien is een assistente ook niet zo’n goed idee op het Franse platteland. Een controlebezoek aan de cardioloog was maar 25 euro. In de piepkleine spreekkamer stond een onderzoeksbank waarin de scheuren, veroorzaakt door het gewicht van mensen die zich dagelijks en rijkelijk te goed doen aan Franse kazen, worsten en room, dichtgeplakt waren met grote stroken ducktape.

Maar er zat zowaar een receptioniste/telefoniste, die niet te overtuigen was dat Clemens, niet onze achternaam, niet mijn voornaam, maar de vòòrnaam was van mijn partner, dat Astraea mijn voornaam was, en dat we getrouwd waren maar dat ik mijn eigen achternaam gehouden had. Steeds wierp ze ons een blik toe waarin ons duidelijk gemaakt werd dat we stomme allochtonen waren.  Het werkte op mijn lachspieren, maar die waren bij haar niet getraind.

Overigens moeten we oppassen dat we niet zeggen “dat we geen of zo min mogelijk dokters willen hebben” of “dat we moeite hebben om dokters in te slikken”of “dat de dokters te groot zijn voor onze keel”. Aangezien “médecins” geen medicijnen zijn, maar dokters. “Médicaments” zijn medicijnen.

 

 

De Dokter

Voor de eerste keer bezocht ik onze dokter, ze werken hier zonder afspraak. Ik had  een vreemde bult onder mijn borst, die er ontstoken uitzag.

Ik kwam bij haar huis en parkeerde mijn auto in het grasveld er tegenover, omdat daar nog een auto stond en ik geen parkeerplaats zag. Ik stapte uit en zocht waar ik kon aanbellen bij Dominique Dubois. Wat een prachtige naam, ik dacht aan het liedje van de zingende non : “Dominique, Dominique”, de mensen van mijn leeftijd kennen dit liedje vast nog wel, een heel vrolijk liedje om te horen, gezongen door een non: Soeur Sourire.

Ik was blij dat er in ons dorp een vrouwelijke arts was. We hebben veel vrouwen in publieke functies; o.a. de burgemeester, de gemeente secretaris, de controleur van de septic tank.

Ik volgde de man die zijn auto naast mij geparkeerd had en richting het huis van Dominique Dubois liep. Hij liep voor het huis naar beneden en deed een kelderdeur open en stapte de kelder in. Aarzelend liep ik achter hem aan, schichtig om mij heen kijkend of niemand mij hoofdschuddend stond gade te slaan. Voor de kelderdeur bleef ik staan, er stond niets op de deur, misschien was het de schoonmaker. Ik keek om mij heen maar kon geen andere ingang ontdekken en duwde heel zachtjes tegen de kelderdeur, vanuit de kelder keken een zestal ogen mij waakzaam aan. Ik stapte de kleine donkere wachtkamer binnen waar drie mensen, waaronder de man die voor mij naar binnen was gegaan, op rechte houten stoelen zaten.  Somber en kil was deze kamer zonder ramen,  waarschijnlijk in een poging het geheel wat op te fleuren, was er in een hoek  een grote bloemenvaas gezet met grote plastic, inmiddels verschoten bloemen, die dan ook van schaamte hun plastic hoofdjes lieten hangen. Plotseling ging er een andere deur dan de buitendeur open en een gedistingeerde knappe man stapte de wachtkamer binnen, keek even rond en gaf de laatst binnengekomen mensen, waaronder mij, een hand. “Dominique”zei hij.

O, dus een Dominique kan dus ook een man zijn. Tja… We waren er al achter dat het niet zo handig is dat Cleem “Clemens”heet, want als je die naam hier zegt denken ze dat het onze achternaam is, of dat het mijn naam is. Clémence is hier een meisjesnaam. Dus noemt hij zich nu maar “Clément” wat wel een naam voor een man is.

Toen ik aan de beurt was, stapte ik de spreekkamer binnen. Dominique zat achter een eenvoudig bureau waar ik tot mijn grote verbazing geen computer op zag staan. Achter hem zwichtte een grote eiken boekenkast bijna onder het gewicht van de enthousiast  uitpuilende boeken. Dominique bleek hij een uiterst aardige man te zijn, hij maakte grapjes en vertelde dat mijn vreemde bult door een “araignée” kwam, ik had geen idee wat dat was en keek hem vragend aan. “It was a spider”zei hij terwijl hij met zijn rechterhand een kruipende spin na deed. Ik vroeg of het vanzelf overging en hij knikte, maar schreef toch een recept uit met 3 verschillende medicijnen. In Frankrijk gebruiken mensen niet 1x, niet 2x maar 7x(!!) zoveel medicijnen dan in Nederland. Ongelofelijk. Ik vertelde hem dat ik geen medicijnen hoefde als het vanzelf over zo gaan, maar hij gaf me toch het recept mee: voor de zekerheid.

Ik wist niet goed hoe ik hier moest betalen, ik had gehoord dat het gewoon is contant te betalen, dus pakte ik mijn portemonnee en de stapel verzekeringspapieren uit mijn tas, en vroeg hem hoeveel het was, de rekening: ” l’addition” . Hij lachte en zei mij dat het zo niet heette, dat vraagt men in een café of restaurant als men wil betalen. Hij wees  naar de stapel papieren op mijn schoot, en vroeg wat dat allemaal was, toen ik het uitlegde lachte hij opnieuw en zei: “Ik hou van simpel, het is goed zo”. Ik hoefde niet te betalen! Ik kwam daarna nog drie keer bij hem zonder dat ik mijn verzekeringskaart, de z.g. carte vitale nog had, dit kan heel erg lang duren heb ik gemerkt. En alle keren hoefde ik niets te betalen!! Inmiddels heb ik mijn carte vital en betaal bij elk bezoek 23 euro handje contantje, waarna ik het bedrag later van de verzekering terug krijg. Toen er een waarnemer was en we het geld aan hem gaven, stak bij het zo in het borstzakje van zijn overhemd 🙂 Aan het eind van de dag had hij vast een aardig gevuld borstzakje.

Oliebollen of oesters?

Oliebollen of oesters?

Oliebollen eten ze hier niet met Oud en Nieuw. Wel oesters, veel oesters, de supermarkten liggen er vol mee, hele pallets vol met oesters in plastic. Wij zijn niet zo dol op oesters en bakken zelf oliebollen. Waarom? Traditie? Misschien, en we vinden oliebollen gewoon lekker, één keer per jaar wel te verstaan.
Eens hadden we onze buurvrouw Monique uitgenodigd om rond deze tijd hier eens een Indonesische rijsttafel te nuttigen. De Fransen kennen dit niet, zelfs kruiden die voor ons “gewoon” zijn, beschouwen zij als vreemd. Toen ik kaneel in de appeltaart wilde doen, schrok Monique: “Niet doen! Niet iedereen houdt van dat vreemde kruid !”Uiteraard heeft dat met onze koloniale periode te maken, hoewel je zou verwachten dat deze kruiden en eetgewoontes toch inmiddels ook naar het zuiden gezakt zijn. Maar de Fransen hier  houden van traditioneel eten. De restaurants hier pronken met : “Traditionele keuken”, terwijl dat bij ons oubollig in de oren klinkt. Als Cleem voor de Franse gasten kookt, mag er vooral niet teveel ‘piment’ ( Spaanse peper) in, sommigen verkondigen zelfs dat ze daar allergisch voor zijn.

Een andere buurvrouw, zij is 86 jaar en woont alleen, kreeg van ons lekker vers bereid eten aangeboden, met de biologische groenten uit onze tuin, omdat wij te veel hadden klaargemaakt. Maar dat wilde ze niet, dat was niet volgens de Franse traditionele keuken.
Monique is anders, zij is modern en wilde de rijsttafel wel proberen, samen met haar kleinzoon William, kwam ze bij ons eten.
Monique is 80 jaar, spit nog met de hand haar eigen groentetuintje , is altijd bezig. Binnen en buiten en houdt met ons een wedstrijdje wie de grootste kolen heeft, of het eerste aardbeien. Wij doen daar niet aan mee maar gunnen haar de triomf van de grootste kool of de eerste aardbeien. Zij is een schat, onze steun en toeverlaat. Andersom helpen we haar met klusjes of advies voor de tuin.
Zij proefde voorzichtig van de Indonesische rijsttafel, ze proefde alles en genoot daarvan. William at stevig door, hij genoot van de verschillende smaken en at zo als een gezonde jongen van 17 jaar kan eten, veel dus.
Na de uitgebreide maaltijd dronken we nog een kopje koffie en ter sprake kwamen de oesters en de oliebollen (waarom praten mensen toch zo graag over eten na een overvloedige maaltijd?)

Cleem vertelde dat wij altijd oliebollen eten met Oud en Nieuw en stelde voor een oliebol te pakken na onze rijsttafel. Nu vond ik dat niet zo’n goeie combinatie, maar hij zei: “Alleen om haar even te laten proeven hoe dat smaakt”. Ik had amper nog plaats voor een oliebol, maar deed dapper mee. Cleem liet vol trots de enorme schaal oliebollen zien en Monique en haar kleinzoon kregen een schoteltje voor een oliebol, terwijl Cleem de schaal op tafel zetten. Die oliebollen gingen er vlot in en bij Fransen is het : wat op tafel staat, mag gepakt. Dat hebben we geweten; de ene na de andere oliebol verdween in hun mond. Volgens mij liepen ze later als tonnetjes de deur uit. Eén ding is zeker: Fransen houden van oliebollen!

 

Die eerste winter

Die eerste winter

Ik keek vroeger alleen ’s zomers naar het weer in Frankrijk, het kwam dan ook bij het weerbericht op de Nederlandse televisie. Waardoor ik het eigenaardige idee had, dat het hier altijd warm was. We zitten ook vrij zuidelijk.

Maar wat kan het hier koud zijn, als je verwend, uit een centraal verwarmd huis komt. De enige verwarming in ons woonhuis is een houtkachel. Op onze kachel was een buizensysteem gemaakt dat er voor zorgde dat de verwarming ook naar andere vertrekken ging, in de andere vertrekken stak een grote, afzichtelijke pijp uit de muur, waaruit warmte stroomde. Maar het vervelende is, dat warmte naar boven trekt, waardoor de woonkamer ijzig koud bleef en juist de slaapkamer boven het meest verwarmd werd, de temperatuur liep daar op tot 20 graden, een voor ons veel te warme slaaptemperatuur.

Na maanden ons best doen om flinke, boeren, Franse mensen te worden, stoere mensen die de elementen kunnen trotseren, hebben we uiteindelijk toch maar een nieuwe kachel gekocht. Eén met stenen aan de buitenkant, zonder dat buizenstelsel, zodat het ’s nachts en ’s morgens vroeg in de kamer òòk boven het vriespunt is, wel zo lekker als je met je blote voeten in je T-shirtje naar beneden loopt om naar de w.c. te gaan.

Het fijne aan de houtkachel is, dat je er heel dicht tegenaan kan kruipen, zelfs erin, want er zit onderin een gat voor het hout, daar stop ik dan mijn voeten in, en bovenin zit een gat om iets op te warmen, daar stop ik dan mijn handen in.

Het nadeel is, dat hoe verder je bij de kachel vandaan bent, des te kouder het is en onder onze tafel wordt het niet warm, dus je benen en voeten blijven koud als je aan de tafel zit. Maar inmiddels hebben we geleerd om met onze houtkachel om te gaan, het komt nu echt wel voor dat het hier in de kamer lekker warm is, we kijken dan op onze thermometer en zien dan dat het inderdaad 15 graden is, heerlijk! Je kunt dan echt voelen dat het behaaglijk is, soms zelfs wel 16 graden, maar dat gebeurt niet zo vaak.

Vroeger stookten ze boomstammen van 2 à 3 meter in de gigantische open haard, waar ook af en toe, in de slachttijd, een heel varken aan het spit hing. Die Franse boeren waren niet gek, die kropen er zelf bij, op oude foto’s zie je dat er een stoel staat in het hoekje van de open haard waar de boer dan lekker op zat met zijn glaasje wijn of zelfgestookte pruimenjenever. Nee de boer die had het niet koud. Hij had natuurlijk ook eerst de boom geveld, in stukken gezaagd, uit het bos gesleept, opgestapeld, naar binnen gesjouwd en het vuur aangestoken.

En de vrouw van de boer? Die stond de hele godganselijke dag achter het fornuis: stoofvlees van de koe of het konijn, uitgebreide warme maaltijd tussen de middag, restjes warme maaltijd ’s avonds. Geen wonder dat onze buurvrouw minstens zeven bloemetjes schorten zonder mouwen heeft, we hebben er zeven tegelijk aan de waslijn zien hangen, hoogst waarschijnlijk heeft ze er dus meer.

Op de markt zie je honderden van deze huishoudschorten hangen, soms zelfs driedubbele kramen met alleen maar schorten in allerlei bloemetjes patronen. Nee, nee, ik heb er geen één, ik heb me nog nèt kunnen bedwingen.