Die eerste winter

Die eerste winter

Ik keek vroeger alleen ’s zomers naar het weer in Frankrijk, het kwam dan ook bij het weerbericht op de Nederlandse televisie. Waardoor ik het eigenaardige idee had, dat het hier altijd warm was. We zitten ook vrij zuidelijk.

Maar wat kan het hier koud zijn, als je verwend, uit een centraal verwarmd huis komt. De enige verwarming in ons woonhuis is een houtkachel. Op onze kachel was een buizensysteem gemaakt dat er voor zorgde dat de verwarming ook naar andere vertrekken ging, in de andere vertrekken stak een grote, afzichtelijke pijp uit de muur, waaruit warmte stroomde. Maar het vervelende is, dat warmte naar boven trekt, waardoor de woonkamer ijzig koud bleef en juist de slaapkamer boven het meest verwarmd werd, de temperatuur liep daar op tot 20 graden, een voor ons veel te warme slaaptemperatuur.

Na maanden ons best doen om flinke, boeren, Franse mensen te worden, stoere mensen die de elementen kunnen trotseren, hebben we uiteindelijk toch maar een nieuwe kachel gekocht. Eén met stenen aan de buitenkant, zonder dat buizenstelsel, zodat het ’s nachts en ’s morgens vroeg in de kamer òòk boven het vriespunt is, wel zo lekker als je met je blote voeten in je T-shirtje naar beneden loopt om naar de w.c. te gaan.

Het fijne aan de houtkachel is, dat je er heel dicht tegenaan kan kruipen, zelfs erin, want er zit onderin een gat voor het hout, daar stop ik dan mijn voeten in, en bovenin zit een gat om iets op te warmen, daar stop ik dan mijn handen in.

Het nadeel is, dat hoe verder je bij de kachel vandaan bent, des te kouder het is en onder onze tafel wordt het niet warm, dus je benen en voeten blijven koud als je aan de tafel zit. Maar inmiddels hebben we geleerd om met onze houtkachel om te gaan, het komt nu echt wel voor dat het hier in de kamer lekker warm is, we kijken dan op onze thermometer en zien dan dat het inderdaad 15 graden is, heerlijk! Je kunt dan echt voelen dat het behaaglijk is, soms zelfs wel 16 graden, maar dat gebeurt niet zo vaak.

Vroeger stookten ze boomstammen van 2 à 3 meter in de gigantische open haard, waar ook af en toe, in de slachttijd, een heel varken aan het spit hing. Die Franse boeren waren niet gek, die kropen er zelf bij, op oude foto’s zie je dat er een stoel staat in het hoekje van de open haard waar de boer dan lekker op zat met zijn glaasje wijn of zelfgestookte pruimenjenever. Nee de boer die had het niet koud. Hij had natuurlijk ook eerst de boom geveld, in stukken gezaagd, uit het bos gesleept, opgestapeld, naar binnen gesjouwd en het vuur aangestoken.

En de vrouw van de boer? Die stond de hele godganselijke dag achter het fornuis: stoofvlees van de koe of het konijn, uitgebreide warme maaltijd tussen de middag, restjes warme maaltijd ’s avonds. Geen wonder dat onze buurvrouw minstens zeven bloemetjes schorten zonder mouwen heeft, we hebben er zeven tegelijk aan de waslijn zien hangen, hoogst waarschijnlijk heeft ze er dus meer.

Op de markt zie je honderden van deze huishoudschorten hangen, soms zelfs driedubbele kramen met alleen maar schorten in allerlei bloemetjes patronen. Nee, nee, ik heb er geen één, ik heb me nog nèt kunnen bedwingen.

Advertenties

Nous avons beaucoup de koeien dans le pré…

Mijn ouders gingen dikwijls op vakantie naar Frankrijk. Als 16 jarige had ik al diverse Franse campings gezien, en op die leeftijd kreeg ik steeds meer belangstelling voor Franse jongens. Samen met een vriendinnetje, dat mee mocht, gingen we op onderzoek uit op de camping, en natuurlijk kwamen we in contact met de “garçons”. De conversatie verliep vrij soepel, met behulp van handen en voeten,  het kwam wel voor dat we sommige woorden niet wisten of niet direct wisten.Toen ze vroegen hoe Nederland eruit zag, antwoordde ik : “Nous avons beaucoup de koeien dans le pré”. De jongens lagen dubbel van het lachen en grepen naar hun kruis. Met rode hoofden liepen we snel terug naar de veilige omgeving van onze tent.( Koeien klinkt als ” couille “, wat testikel betekent)

Deze fout maak ik natuurlijk nooit meer, maar er zijn verschillende momenten waarin wij blunders gemaakt hebben en hoewel onze landen dicht bij elkaar liggen, zijn er diverse verschillen die ik met jullie wil delen.

Hoe het begon……

Hoe het begon

Een gierend, bijna grommend geluid doorscheurde de inktzwarte nacht. Met  haar 4 banden draaide de Volvo op volle toeren rondjes in het luchtledige. De modder van de gesmolten sneeuw gaf haar geen kans om grip te krijgen op de ondergrond.

“Ja, nu 1, 2, 3 duweeeen…………..”

Ik probeerde, samen met onze dochter en zoon, met volle overgave de auto achteruit uit de modder te duwen……..nog even… en hij zou weer uit de modder, en uit onze tuin zijn……Ik duwde juist met volle kracht, toen de auto achteruit stoof en ik plat voorover in de modder viel.

Melanie, mijn vriendin, die omgedraaid achter het stuur zat en geconcentreerd bezig was om de auto weer in beweging te krijgen, had dit niet bemerkt, wèl dat de auto eindelijk iets achteruit ging, en daardoor aangemoedigd, gaf zij vol gas, waardoor er voor de wielen een modderfontein plaats vond, die, natuurlijk heerlijk in mijn gezicht uiteen spatte.

Toen ik overeind krabbelde en mijn kinderen aankeek om te zeggen dat ik in de modder gevallen was, hoorde ik aan hun lachsalvo’s dat ze dit al gezien hadden. Maar de auto was nu gelukkig uit de modder!

Dit was mijn eerste kennismaking met onze eigen Franse grond, ik spuugde de modder uit mijn mond, ik had letterlijk de smaak te pakken.

Het was een uur of twaalf ’s nachts, doodstil, iedereen lag natuurlijk al op één oor in dit kleine gehuchtje waar we een boerderijtje gekocht hadden. Dat het al donker was toen wij bij onze Fermette aankwamen, was geen punt, er was immers aansluiting op de elektriciteit, dat hadden we in ieder geval al geregeld. Helaas dacht de Franse energiemaatschappij daar anders over, er was geen licht, en geloof me, als het hier donker is, dan is het ook echt pikdonker.

Wat we nu wel konden zien, was een prachtige sterrenhemel, ongelofelijk mooi. Ontelbaar veel lichtpuntjes en zelfs de Melkweg was te zien, wat een hemel!

Gelukkig hadden we bij onze “tussen-de-dozen-tot-ziens- borrel, een olielamp gehad,waar ik nu wel bijzonder blij mee was, maar ga hem maar eens zoeken in een pikdonker huis dat ook nog vol staat met verhuisdozen. Daarom had Melanie de auto, met het grote licht aan als een soort schijnwerper, voor het huis geparkeerd, iets wat we normaal niet zouden doen, om de begrijpelijke rede die hierboven staat.

Uiteindelijk vonden we de lamp en wat kaarsen, en zaten later op de avond gezellig en voldaan, alhoewel ik niet kan zeggen, lekker warm, bij het knappend haardvuur. Ik had mijn modderfiguur gewassen met ijskoud water, want de elektrische boiler had zijn werk natuurlijk ook niet kunnen doen.